289 research outputs found

    Lage krachtvoergift hoeft niet te leiden tot meer gezondheidsproblemen

    Get PDF
    In de biologische melkveehouderij zijn er tal van bedrijven die om economische of ideële redenen weinig krachtvoer geven. Dit leidt tot een lagere energieopname en een verhoogde kans op een ernstige negatieve energiebalans (NEB). Een ernstige NEB wordt in verband gebracht met stofwisselingziekten en verminderde immuniteit. Uit onderzoek blijkt dat een bedrijfssysteem met een lage krachtvoergift niet hoeft te leiden tot meer problemen met diergezondheid en vruchtbaarheid die worden gerelateerd aan een NEB

    Voorspellen voeropname met herziene Koemodel

    Get PDF
    Het Herziene Koemodel geeft de veehouder waardevolle informatie over voeropname, de hoeveelheid opgenomen nutriënten, energie (VEM) en eiwit (DVE)

    Introductie van herzien Koemodel

    Get PDF
    Dit artikel gaat in op het hoe en waarom van de herziening van het Koemodel

    Lage krachtvoergiften en diergezondheid in de biologische melkveehouderij

    Get PDF
    Organic dairy farmers have multiple reasons to choose a farm strategy with low concentrate input per unit of milk produced. First and foremost, concentrates and concentrate replacers of organic origin are expensive. Therefore, depending on the milk prices, concentrate feeding is often uneconomical. Some organic farmers have ideological reasons for a low concentrate input, they want to minimize the human food for animal feed competition as much as possible. Whereas in other situations, there is simply a lack of locally or regionally produced organic concentrates. Low concentrate inputs likely result in a reduced energy intake, thereby increasing the risk of a more severe negative energy balance (NEB) in high producing dairy cows. In the literature, a severe NEB is associated with metabolic disorders (e.g. ketosis, fatty liver), reduced fertility, immune suppression, and production diseases. These problems suggest that cows at dairy farms with a low concentrate input strategy (LCI) are probably at a greater risk for diseases associated with an NEB. However, this suggestion has not been verified with data from commercial organic farms. Therefore, a field study was conducted to investigate the farm management strategies, roughage quality, milk production, body condition score, animal health on organic farms that use a low concentrate input strategy (LCI) and to compare these data with other organic farms. The data were obtained from the “Weerstand” database, which contains information on farm characteristics, milk production, animal health, concentrate input, roughage quality, diets and body condition score (BCS) from 100 organic farms in the Netherlands. In our study, a farm was defined as a low concentrate input (LCI) farm when the concentrate input was less than 12 kg/100 kg milk produced. There were fifteen farms from the Weerstand database that met the definition of a LCI farm. These LCI farms were compared with a remainder group of other organic farms (OOF). Milk production on LCI was 6979 kg in 355 days, which was 750 kg lower than on OOF. The cows on LCI had a lower peak production (=3.5 kg/day), and a more persistent lactation curve. On both LCI and OOF, the cows were predominantly Holstein=Friesian. However, LCI farms had slightly more dual purpose breeds. The average BCS was slightly higher on LCI than on OOF. The LCI farms rely more on grazing, which resulted in a more seasonal= based production system with relatively more spring calving cows. The farm types did not different in the incidence of metabolic diseases and fertility rates, but LCI farms had slightly higher somatic cell count (20000 cells). The data indicate that a low concentrate input system on organic dairy farms does not necessarily result in more severe NEB or reduced animal health and fertility. The cows on LCI farms had a clearly lower peak yield and more persistent lactation curve. However, it is not clear if this is the result of feeding strategy or purposive selection and breeding. Further research on the effect of peak yield and persistency of the lactation curve should be initiate

    Quinoa-GPS in het rantsoen voor melkkoeien

    Get PDF
    Om deze leemte op te vullen is een voederproef uitgevoerd waarin de effecten van het gedeeltelijk vervangen van gras/klaverkuil door quinoa-GPS zijn onderzocht

    Benutting van herfstgras op veengrond door melkkoeien

    Get PDF
    On peat soils, milk production of autumn grazed dairy cows is often disappointing. Reduced palatability (i.e. a musty smell) of autumn grazed grass and consequently a reduced intake is considered as the main reason for the decline in milk production. A grazing experiment was conducted to compare 3 different strategies of grassland management within a rotational grazing system to improve the utilisation of autumn grazed grass by dairy cows for milk production. In the experiment, 36 mid-lactation dairy cows were used to form 3 balanced groups (“control”, “rationed” and “clean”) of 12 cows each. For all strategies, the grass cover was aimed at approximately 1500 kg DM/ha (rising plate meter sward height of 16 to 18 cm) at the moment of turning into the paddock

    "Graasvisie" helpt bij beweidings management

    Get PDF
    Graasvisie is een nieuw hulpmiddel voor het krijgen van inzicht in de effecten van beweidingsmanagement. Het programma kan door melkveehouders en adviseurs worden gebruikt bij bijvoorbeeld de keuze van een optimaal beweidingssysteem. Graasvisie is ontwikkeld door Wageningen UR Livestock Research en te vinden op: www.livestockresearch.wur.nl/NL/onderzoek/Producten_en_diensten/Software. Het programma is reeds ingezet bij adviseurs van de Stichting weidegang

    Dynamisch melken en voeren levert geld op

    Get PDF
    Op het High-techbedrijf van de Waiboerhoeve is in 2006 een prototype voor een dynamisch lineair adviessysteem voor melken en voeren ontwikkeld en getoetst. De resultaten geven aan dat met deze benadering een aanzienlijk beter saldo behaald kan worden dan met traditionele advieze

    Sturing melkureumgehalte op dierniveau via de voeding

    Get PDF
    Het Praktijkonderzoek Veehouderij voerde in de winterseizoenen van 1997-1998 en 1998-1999 een viertal voederproeven uit die antwoord moesten geven op de vraag of er variatie bestaat in het optimale melkureumgehalte tussen individuele dieren en in welke mate het melkureumgehalte van individuele dieren valt te sturen door middel van de voeding
    corecore